Heffingskortingen 2026: algemene heffingskorting en arbeidskorting
Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting die je over je inkomen betaalt. De twee belangrijkste zijn de algemene heffingskorting (voor bijna iedereen) en de arbeidskorting (extra voor werkenden). In 2026 is de maximale algemene heffingskorting € 3.115 en de maximale arbeidskorting € 5.685. Beide bouwen af naarmate je meer verdient. Daardoor houd je netto meer over dan de kale belastingtarieven doen vermoeden.

Wat zijn heffingskortingen?
Een heffingskorting is een korting op de te betalen belasting (de heffing). Eerst wordt de belasting over je inkomen berekend, en daarna gaan de kortingen er in mindering op. Ze verlagen dus niet je inkomen, maar rechtstreeks je belasting — dat maakt ze relatief waardevol.
Heffingskortingen zijn de belangrijkste reden dat je nettoloon hoger uitvalt dan je op basis van alleen de belastingschijven zou denken. Ze zijn onderdeel van elke berekening van bruto naar netto.
De algemene heffingskorting: € 3.115
De algemene heffingskorting krijgt vrijwel iedereen die belasting betaalt over inkomen in box 1. Het is een basiskorting die je belasting verlaagt. In 2026 is de maximale algemene heffingskorting € 3.115.
De algemene heffingskorting bouwt af vanaf een inkomen van € 29.736. Het afbouwpercentage bedraagt 6,398%: van elk deel van je inkomen boven die grens gaat dat aandeel van je korting af. De algemene heffingskorting is € 0 bij een inkomen van € 78.426 en hoger.
Let op welk inkomen daarvoor telt. Sinds 2025 kijkt de Belastingdienst niet meer naar je inkomen uit werk en woning (box 1) alleen, maar naar je verzamelinkomen: box 1, box 2 en box 3 bij elkaar. Heb je naast je loon bijvoorbeeld vermogen in box 3, dan telt dat dus mee voor de afbouw.
De arbeidskorting: € 5.685
De arbeidskorting is een extra heffingskorting speciaal voor mensen die werken: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Hij is bedoeld om werken lonend te maken. Bij lage inkomens loopt de arbeidskorting eerst óp naarmate je meer verdient, bereikt een maximum en daalt daarna weer. In 2026 is de maximale arbeidskorting € 5.685.
Vanaf een inkomen van € 45.592 wordt de arbeidskorting steeds lager. Het afbouwpercentage bedraagt 6,51%. De arbeidskorting is € 0 vanaf een inkomen van € 132.921.
Omdat de arbeidskorting alleen geldt voor werkenden, houd je van bruto loon netto vaak meer over dan van eenzelfde bruto uitkering. Bij een uitkering mis je deze korting van maximaal € 5.685 dus volledig.
De bedragen en afbouwgrenzen van 2026 naast elkaar
| Algemene heffingskorting | Arbeidskorting | |
|---|---|---|
| Maximum | € 3.115 | € 5.685 |
| Daalt vanaf een inkomen van | € 29.736 | € 45.592 |
| Afbouwpercentage | 6,398% | 6,51% |
| Nul vanaf een inkomen van | € 78.426 | € 132.921 |
| Voor wie | bijna iedereen met inkomen in box 1 | alleen wie werkt |
Bedragen voor belastingjaar 2026 (1 januari t/m 31 december 2026). Ze wijzigen met het Belastingplan, per 1 januari. Bron: Rijksoverheid — wat is een heffingskorting en welke heffingskortingen zijn er?, door ons gecontroleerd op 8 augustus 2026.
Dat allebei de kortingen afbouwen betekent dat je bij een hoger inkomen niet alleen een hoger belastingtarief betaalt, maar ook minder korting krijgt. Tussen € 45.592 en € 78.426 lopen beide afbouwen tegelijk, en houd je van elke extra euro dus opvallend weinig over.
Ouderenkorting: € 2.067
Heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan kun je in aanmerking komen voor de ouderenkorting. De ouderenkorting bedraagt in 2026 maximaal € 2.067. Je inkomen moet daarvoor wel onder een grens blijven: de inkomensgrens voor de ouderenkorting is in 2026 € 46.002.
Ben je alleenstaand, dan kun je daarnaast recht hebben op de alleenstaandeouderenkorting. De alleenstaandeouderenkorting bedraagt in 2026 € 540.
Omdat AOW-gerechtigden geen AOW-premie meer betalen, wijken de tarieven en kortingen af van die voor mensen onder de AOW-leeftijd. Wil je zien hoe deze kortingen samen je nettoloon bepalen? Lees de pilaargids bruto naar netto of vul je bruto in de bruto-netto-tool.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen algemene heffingskorting en arbeidskorting?
De algemene heffingskorting krijgt bijna iedereen met inkomen in box 1 en is in 2026 maximaal € 3.115. De arbeidskorting is een extra korting speciaal voor mensen die werken en is in 2026 maximaal € 5.685. Beide verlagen je belasting en bouwen af bij een hoger inkomen.
Hoe hoog is de algemene heffingskorting in 2026?
De maximale algemene heffingskorting is in 2026 € 3.115. Die korting bouwt af vanaf een verzamelinkomen van € 29.736 met 6,398%, en is nul bij een inkomen van € 78.426 en hoger.
Hoeveel bedraagt de arbeidskorting in 2026?
De maximale arbeidskorting is in 2026 € 5.685. Vanaf een inkomen van € 45.592 daalt hij met 6,51% per euro, tot nul vanaf € 132.921.
Vanaf welk inkomen krijg ik geen algemene heffingskorting meer?
Vanaf € 78.426. Daaronder loopt de korting geleidelijk terug: hij is maximaal € 3.115 tot een inkomen van € 29.736 en daalt daarboven met 6,398%. Sinds 2025 telt daarvoor je verzamelinkomen, dus box 1, 2 en 3 samen.
Geldt de arbeidskorting ook bij een uitkering?
Nee, de arbeidskorting geldt alleen voor inkomen uit werk: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Bij een uitkering mis je die korting van maximaal € 5.685, waardoor je van eenzelfde bruto bedrag netto minder overhoudt dan bij loon.
Waarom bouwen heffingskortingen af?
De afbouw zorgt ervoor dat de kortingen vooral bij lagere inkomens terechtkomen. Bij een hoger inkomen krijg je minder korting, waardoor je netto van elke extra euro minder overhoudt.


